Lang voordat er podia, hits en televisie waren, zong ik al samen met Djem en Caroline, wat zich later vormde tot Treble. We schreven onze eigen liedjes en zongen die driestemmig in een zelfbedachte, Afrikaans klinkende taal. Met onze djembés erbij klonken we anders dan wat mensen gewend waren.
De straat werd onze eerste oefenplek én ons podium. Mensen komen daar niet speciaal voor jou. Ze zijn onderweg. Je moet iets doen waardoor ze besluiten te blijven staan. En dat gebeurde. Regelmatig ontstonden er hele opstoppingen van mensen die bleven kijken, luisteren en meedoen.
Zo leerde ik al jong dat zingen voor publiek niet iets engs hoefde te zijn. Het voelde juist als een feest, samen met iedereen die op dat moment besloot te blijven staan en mee te doen.