Over Niña
Mijn reis in de muziek

Mijn emoties spreken Nederlands

Muziek was van jongs af aan al overal in mijn leven. Toen ik als kind op Curaçao woonde, viel ik liever op het strand in slaap met muziek om me heen dan alleen in een stille kamer. Muziek stond voor gezelligheid en vrijheid, maar werd al snel ook een uitlaatklep. Dansen en zingen waren manieren om mijn energie kwijt te kunnen én om in contact te blijven met mezelf.

Later werd muziek ook mijn werk. Ik ging optreden, stond op grote podia en ontdekte hoe bijzonder het is als muziek iets teweegbrengt bij een publiek. Maar mijn muziek kreeg een andere lading toen ik begon te schrijven over echte pijn, twijfels en worstelingen. Dat was ook het moment waarop ik voor het eerst in het Nederlands ging schrijven.


Mijn emoties spreken namelijk Nederlands. Mijn gedachten, mijn tranen, mijn vreugde... Waarom zou ik die eerst vertalen naar Engelse woorden omdat die misschien cooler klinken? Iets raakt wanneer het echt is. En nog bijzonderder is het als anderen zich in het verhaal herkennen, zich begrepen voelen en beseffen dat ze niet de enige zijn die zich zo voelen. Die herkenning kan iets in beweging zetten: acceptatie, moed of de ruimte om een keuze te maken die dichter bij jezelf ligt.
Het begon op straat
Lang voordat er podia, hits en televisie waren, zong ik al samen met Djem en Caroline, wat zich later vormde tot Treble. We schreven onze eigen liedjes en zongen die driestemmig in een zelfbedachte, Afrikaans klinkende taal. Met onze djembés erbij klonken we anders dan wat mensen gewend waren.

De straat werd onze eerste oefenplek én ons podium. Mensen komen daar niet speciaal voor jou. Ze zijn onderweg. Je moet iets doen waardoor ze besluiten te blijven staan. En dat gebeurde. Regelmatig ontstonden er hele opstoppingen van mensen die bleven kijken, luisteren en meedoen.

Zo leerde ik al jong dat zingen voor publiek niet iets engs hoefde te zijn. Het voelde juist als een feest, samen met iedereen die op dat moment besloot te blijven staan en mee te doen.
Later hielp diezelfde straat ons zelfs richting nummer 1. Omdat onze muziek op de radio lastig in een hokje te plaatsen was, besloten we het zelf te doen. We gingen voor platenzaken staan met een bord: ‘Help ons naar de Top 10’ en vertelden iedereen die wilde luisteren dat iedere verkochte single ons een stapje dichterbij bracht. Soms verkochten we zo honderden singles op één middag.

Ons eigenwijze plan trok uiteindelijk de aandacht van Rob Stenders. We werden uitgenodigd op de radio om ons verhaal te vertellen en ons lied live te spelen. Vanaf dat moment kwam alles in een stroomversnelling. Er volgden clipopnames, radio- en televisieoptredens en ineens bereikte onze muziek de huiskamers. Mensen zongen mee, leerden onze zelfbedachte teksten en stonden thuis met potten en pannen onze ritmes na te spelen.

Met een enorme drive en vooral heel veel plezier bleven we geloven in onze muziek en grepen we iedere kans aan om te spelen. Tot Ramaganana uiteindelijk zelfs op nummer 1 stond.
Van het Songfestival terug naar mezelf
Met Treble ging er een wereld voor me open. We toerden door binnen- en buitenland, stonden op grote podia en vertegenwoordigden Nederland op het Eurovisie Songfestival in Athene. Het waren bijzondere jaren vol reizen, optreden en avontuur.

Maar ergens onderweg begon ik me ook af te vragen wie ík eigenlijk was als muzikant, los van Treble. Ik was jong in het vak terechtgekomen en had vooral geleerd door te doen. Daarom besloot ik naar het Conservatorium van Amsterdam te gaan.
Juist het weer student zijn was goed voor me. Niet alles hoefde succesvol te zijn. Ik was nog jong en mocht opnieuw beginnen, fouten maken, experimenteren en ontdekken welke muziek bij míj hoorde. Ik merkte dat ik soms meer voldoening haalde uit een klein, intiem concert waar ik volledig mezelf kon zijn dan uit een groot podium waarop alles perfect moest zijn.

Daar begon voor mij langzaam een andere definitie van succes te ontstaan.
Niet hoe groot het podium is, maar hoeveel van mezelf ik erop durf te laten zien.
Mijn eigen weg
Na het conservatorium bleef ik ontdekken wat bij mij paste. Ik deed mee aan The Voice of Holland, schreef en trad op, maar ontdekte ook steeds meer hoe leuk ik het vond om anderen te helpen hun eigen stem te vinden.

Dat leidde uiteindelijk tot Zangschool Amsterdam, die ik tien jaar lang met veel liefde heb opgebouwd. Wat begon met zanglessen groeide uit tot een plek waar honderden mensen muziek maakten en waar ik samenwerkte met een team van uiteindelijk achttien docenten. Ik leerde er minstens zoveel over ondernemen, samenwerken en begeleiden als over muziek.

Tegelijkertijd groeide mijn interesse in persoonlijke ontwikkeling. Ik raakte steeds meer gefascineerd door de vraag waarom we soms verwijderd raken van wie we eigenlijk zijn en wat ervoor nodig is om keuzes te durven maken die echt bij ons passen.

Ik deed de master Musical Leadership aan het Conservatorium van Amsterdam en volgde de Advanced IEMT-opleiding. Voor mijn scriptie onderzocht ik hoe muziek en IEMT elkaar kunnen versterken. Twee werelden die voor mij steeds meer met elkaar verbonden raakten.

In 2025 besloot ik na tien jaar het stokje bij Zangschool Amsterdam door te geven en weer volop het creatieve proces van schrijven en muziek maken in te gaan. Verhalen vertalen naar liedjes die iets kunnen raken, herkenning kunnen geven of iets in beweging kunnen zetten. Vanuit diezelfde interesse ontstond ook Blueprint, waarin persoonlijke ontwikkeling en IEMT samenkomen.